Artikelen

  • Er zijn argumenten te over om kerkmuziek serieus te nemen.  (20-12-2011)
    Interview met Sietze de Vries door Adriaan van Belzen. Gepubliceerd in 'Laat zang en spel' (deel 3)
  • Pronkjuwelen  (26-4-2011)
    Interview met het Reformatorisch Dagblad n.a.v. het verschijnen van de multimediabox 'Pronkjuwelen in Stad en Ommeland'
  • The craft of dóing something  (9-7-2008)
    Ingezonden stuk voor 'Het Orgel' n.a.v. het artikel over 'The art of doing nothing' van Willem Tanke.
  • Intonaties  (7-7-2008)
    Onder de titel 'Intonatie' schrijf ik regelmatig artikelen voor het blad 'Eredienst' van de VGK (Vereniging Gereformeerde Kerkmusici). Niet zelden enigzins ironisch en hopelijk ter 'leering ende vermaeck.' Hier volgen er een paar.
  • Creativiteit versus stijlkopie?  (6-7-2008)
    Improviseren: het omzetten van eigen creativiteit in klank. Maar in welke muzikale taal gebeurt dat? Heb je als organist een ‘eigen’ taal die bij jou past, of maak je, al dan niet bewust, keuzen uit de diverse ‘taalperioden’ in de orgelliteratuur? Het spelen in een zelf ontwikkeld idioom zou als voordeel hebben dat je ook zelf de regels bepaalt. ‘Spellingsfouten’ komen dan in je eigen taal niet voor. Maar wat te doen als je kiest om in oudere stijlen te improviseren; als de eigen creativiteit tot uiting komt in een ‘antieke’ taal? De vrijheid van eigen creativiteit wordt dan drastisch aan banden gelegd omdat de regels van het ambacht de muzikale taal gaan bepalen. Dit is dan ook gelijk wat het spelen in oude stijlen zo moeilijk maakt: de grootmeesters van wie we de literatuur kennen hebben ons de regels gedicteerd en die kunnen we niet zomaar naast ons neerleggen.
  • Gemeentezang begeleiding  (5-7-2008)
    Het begeleiden van de gemeentezang met een orgel is een zaak die veel aspecten kent. Allerlei vragen kunnen zich presenteren, bijvoorbeeld: - Hoe snel moet een lied gezongen worden? - Hoe maak ik een goed voorspel? - Welke registratie gebruik ik? - Hoe voorkom ik dat orgel en gemeente niet samen opgaan? En deze lijst zal nog gemakkelijk met veel andere vragen uitgebreid kunnen worden. Om het geheel overzichtelijk te houden, wil ik enkele aspecten van de gemeentezangbegeleiding uitlichten, te weten: 1. Het kerklied 2. Functioneel begeleiden Het is belangrijk om als organist van een gemeente van deze aspecten op de hoogte te zijn, omdat een discussie over gemeentezang en orgelspel anders gemakkelijk verzandt in een welles-nietes discussie over smaakverschillen.
  • Laudes Organi!  (4-7-2008)
    Zondagmorgen tien minuten voor de dienst. Veel mensen zitten al op hun vaste stek in de kerk en wisselen het laatste nieuws uit. Het geroezemoes wordt plotseling vermengd met zachte klanken, waarin we een bekend geestelijk lied herkennen: de organist is begonnen. Het orgel speelt –want zo zeggen we het vaak- een aaneengesloten fantasie van psalmen, gezangen en opwekkingsliederen, die ten einde komt na een waarschuwend lampje dat gaat branden: de kerkenraad komt binnen. Met dat de dienst begint verandert ook de functie van het orgelspel: van achtergrondmuziek is het nu de begeleiding van de gemeentezang geworden. De functie van het orgelspel tijdens enkele andere momenten in de eredienst is soms moeilijk te omschrijven; we horen voorspelen, tussenspelen, een lang collectevoorspel en niet zelden een naspel. Als de dienst afgesloten is door de slotzegen, wordt het sein: ‘lopen maar!’ ook gegeven door de organist, die dan meestal flink wat toeters en bellen uit de kast trekt. Over het gebruik van het orgel in en rondom de eredienst wil ik het hebben, aangevuld met enkele ideeën over het gebruik van andere instrumenten. Het opschrift ‘Laudes Organi’, oftewel: ‘lof aan het orgel’, komt hierbij op verschillende manieren aan bod: met een vraagteken, een uitroepteken en steeds met enige scepsis.
  • Interview  (3-7-2008)
    “... het idee er één stijl op na te houden is voor mij absurd” Interview met Sietze de Vries
  • Paniek om een 'krentenbrood'  (1-7-2008)
    Oorkondes aan de wand van het onderkomen van Sietze de Vries (29) herinneren aan concoursen in o.a. Maastricht, Alkmaar, Haarlem en Rotterdam. Zestien keer nam de organist deel aan een concours, veertien keer sleepte hij een prijs in de wacht. "Bijna nooit de eerste prijs, want met mijn eigenwijze spel wist ik altijd wel een van de juryleden tegen me in het harnas te jagen." Morgen doet de Groninger voor de laatste keer mee aan een orgelwedstrijd, tijdens het 44e Internationaal Improvisatieconcours in Haarlem.