Intonaties: Open deur?

‘Zolang de Kerk haar schatten van eucharistie en biecht hoedt – de gaven van Christus Zelf en de vergeving door Christus Zelf – zal zij ook de huidige crisis in de westerse wereld het hoofd kunnen bieden’.

Een uitspraak van Antoine Bodar. Ik moest bij het lezen gelijk denken aan de omschrijving van de twee sleutels van het koninkrijk der hemelen: de verkondiging van het heilig evangelie en de kerkelijke tucht (HC zondag 31). Deze twee sleutelbegrippen vinden we eveneens in de omschrijving van de ‘ware kerk’, waarbij dan de bediening van de sacramenten er aan toegevoegd wordt (NGB art. 29).

Het is interessant om raakvlakken en verschillen vast te stellen. In de Rooms Katholieke kerk is de eucharistie het absolute brandpunt van de eredienst, terwijl wij het avondmaal meestal maar een karige plaats toebedelen. Calvijn vond overigens dat je het avondmaal toch tenminste eenmaal per week (!) moest vieren. Is het sacrament in de gereformeerde traditie door de lage frequentie van vieren niet te groot en te zwaar geworden? Van een versterking van het geloof kan het zomaar een somber ritueel met een scherp randje worden. In sommige orthodox gereformeerde kringen durft men soms niet eens aan te gaan, omdat je jezelf zomaar een oordeel kunt eten en drinken.
We spreken overigens bij het avondmaal over het ‘verkondigen van de dood des Heren’, en alleen daarom al zouden we het begrip ‘woordverkondiging’ veel breder moeten zien dan de preek, die nog steeds het absolute brandpunt van de gereformeerde eredienst is. En hoe staat het eigenlijk met die verkondiging? Ik krijg wel eens de indruk dat relativiteitsgeest uit de fles is, terwijl het schenken van klare wijn ernstig vermindert. Is de wijn veranderd, of doen wij er steeds meer water bij? Weer een rake opmerking van Bodar: 'Het is vruchtbaarder bescheiden te getuigen dan stellig te relativeren'. Daarbij wordt wat mij betreft met bescheiden getuigen niet bedoeld dat het onduidelijk of onopvallend moet zijn. Het is meer de tegenstelling van een rustig zeker weten en een vast vertrouwen tegenover een tijdgeest die fanatiek verkondigt dat iedereen zijn eigen gelijk heeft. Maar één ding is zeker, namelijk dat niets zeker is: er zijn vele sleutels die in het gat zouden kunnen passen.

De biecht kennen wij natuurlijk niet, alhoewel het bewust belijden van zonden wel een onderdeel van het Christelijk leven behoort te zijn. In Genève zag men de zelfbeproeving overigens wel degelijk als een vorm van biecht! Luther noemde de biecht zelfs 'het paradijs van de vergeving'.
De vergeving zoeken wij in gebed, niet uit de hand van een priester. Sowieso houden we niet van ‘tussenpersonen’: heiligen en Maria spelen bij ons geen rol, al worden ze ons ten voorbeeld gesteld (Hebreeën 11 / Lucas 1: 48). De Middelaar zelf geeft ons hierin overigens een prachtige richtlijn: vergeef anderen, zodat God jou ook vergeeft.
Maar die tucht: in onze geïndividualiseerde samenleving, waarbij de waarheid gerelativeerd wordt tot jouw waarheid, is het moeilijk om hier überhaupt nog een sleutelgat voor te vinden. Daarbij vergeten we wel eens dat de tucht uit veel meer bestaat dan een soort openbare rechtspraak en veroordeling door een kerkenraad. Allereerst het ‘broederlijk vermaan’: iets waarvan je weet dat het fout zit bespreken van mens tot mens. Maar ook de laatste stap van de tucht: dat is niet de afsnijding van de gemeente, maar de wederopneming. Want daar gaat het om!

Kunnen wij de huidige crisis in de westerse wereld het hoofd bieden?
Probeer ik hier een open deur in te trappen of zit die dicht en kunnen we de sleutels maar moeilijk vinden?

Onder de titel 'Intonatie' schreef ik regelmatig artikelen voor het blad 'Eredienst' van de VGK (Vereniging Gereformeerde Kerkmusici). Niet zelden enigzins ironisch en hopelijk ter 'leering ende vermaeck.'

Comments are closed.