Paniek om een ‘krentenbrood’

Oorkondes aan de wand van het onderkomen van Sietze de Vries (29) herinneren aan concoursen in o.a. Maastricht, Alkmaar, Haarlem en Rotterdam. Zestien keer nam de organist deel aan een concours, veertien keer sleepte hij een prijs in de wacht. "Bijna nooit de eerste prijs, want met mijn eigenwijze spel wist ik altijd wel een van de juryleden tegen me in het harnas te jagen." Morgen doet de Groninger voor de laatste keer mee aan een orgelwedstrijd, tijdens het 44e Internationaal Improvisatieconcours in Haarlem.

Sietze de Vries, organist van de gereformeerd vrijgemaakte kerk in Zuidhorn, staat bekend als concourstijger én als improvisator. Twee jaar geleden vulde hij twee cd's met klassiek getinte improvisaties over psalmen en kerkliedmelodieën, gespeeld op door Bernhardt Edskes gebouwde of gerestaureerde instrumenten.

"Of je improviseren kunt leren? Een mooie uitspraak van, ik meen, Cor Kee is: Improviseren moet je leren, maar je moet het kunnen. Natuurlijk dien je die creativiteit wel te structureren. Improviseren is voor mij iets vanzelfsprekends en geen los vak wat je later leert. Ik heb altijd net zoveel met als zonder muziekboeken gespeeld. Wanneer ik een werk van Bach, Brahms of Messiaen instudeer, krijg ik vanzelf creatieve impulsen om iets met die stijl te doen. Wanneer ik bijvoorbeeld tijdens een concert Sweelinck heb gespeeld, komt dat in mijn improvisaties op zondag terug. Twee jaar geleden -toen ik me op het Haarlemse improvisatieconcours voorbereidde- kreeg ik enkele boze reacties van kerkgangers, omdat ik schijnbaar te eigentijdse klanken over hen had uitgestrooid."

"Voor verschillende vakbroeders is een improvisatie een soort uitlaatklep voor zeer persoonlijke gevoelens, maar dat heb ik nooit begrepen. Improviseren is voor mij in verschillende stijlen creatief bezig zijn, waarbij het instrument dat je bespeelt optimaal uit de verf komt. En natuurlijk gebruik je daarbij je persoonlijke creativiteit. De drang om in Haarlem iets compleet nieuws te laten horen, voel ik niet. Volgens mij is er de laatste decennia ook weinig vernieuwends geproduceerd, maar gaat het om het herhalen en combineren van zetten. Wat je tijdens het improvisatieconcours vaak hoort, is een slap aftreksel van Messiaens composities gecombineerd met atonale klanken, terwijl je deze componist in feite bijna tot de laatromantici kunt rekenen. Hoezo vernieuwend?

Ik vind het dan ook onzin om een stijlkopie niet als een volbloed improvisatie te beschouwen. Er zijn al zoveel geniale componisten geweest. Wanneer je hun werk probeert te doorgronden, kun je daar als improvisator lering uit trekken. Misschien is het juist wel modern om, net als de componisten Daan Manneke en Arvo Pärt, terug te gaan naar de middeleeuwse muziek en met dat materiaal creatief aan de slag te gaan."

De Groningse organist deed vooral aan concoursen mee omdat hij dan een stok achter de deur had om te studeren en veel mensen en orgels leerde kennen. "Natuurlijk draagt deelname ook bij aan je bekendheid. Waarom ik me voor de derde keer in Haarlem laat zien? Als je improviseert, hoort Haarlem erbij. Het staat leuk in je curriculum vitae als je de eerste prijs behaalt, maar ik lig er niet wakker van wanneer dit niet lukt. In ieder geval is dit mijn laatste orgelconcours. Je moet toch een keer stoppen en ik heb mijn handen vol aan het concerteren en lesgeven. Overigens begint het Haarlemse improvisatieconcours naar mijn idee wat glans te verliezen. Vroeger werd de finale live op de radio uitgezonden en stonden de kranten er bol van. Wat hoor je er tegenwoordig nog van? De wedstrijd is ook kleinschaliger geworden doordat er dit jaar geen voorrondes zijn, maar er slechts één ronde met zes deelnemers is."

Veel hangt af van het thema, dat de spelers een uur van tevoren krijgen uitgereikt, weet De Vries uit ervaring. "Het openmaken van de envelop is het spannendste moment van het concours. Bepalend is of je voor je gevoel iets met een thema kunt. Vier jaar geleden trok ik een soort krentenbrood uit de envelop: een pagina vol noten, compleet met akkoorden. De paniek sloeg toe.

Je krijgt in Haarlem een uur om je zonder instrument voor te bereiden in een kamertje. Gelukkig kreeg ik twee jaar geleden direct wat ideeën bij het thema. Dan ben je in tien minuten klaar met het maken van een paar aantekeningen voor jezelf en voor de registranten en kun je vervolgens koffie gaan drinken om dat lange uur verder door te komen. Ik ben benieuwd naar het thema van dit jaar, want de componist Eben staat er niet om bekend dat hij makkelijke muziek schrijft.

Een bruikbaar thema is voor mij kort, kernachtig en heeft een aanstekelijk ritme. Al heb ik inmiddels geleerd dat het niet nodig is een thema letterlijk uit te benen. Ik kijk welke elementen ik kan gebruiken en ga daarmee aan de slag.”

Een modern klankidioom is in Haarlem een must. De Vries, die zelf voornamelijk in klassieke stijlen improviseert, bereidt zich op het Haarlemse concours voor door veel met moderne muziek bezig te zijn en ernaar te luisteren. "Toch moet ik altijd een drempeltje over om een hedendaagse stijl te hanteren. Bij een instrument dat uit eiken, tin en schapenleer bestaat, blijft dat voor mij iets onnatuurlijks houden. Eigentijdse muziek breng ik eerder in verband met een eigentijds medium als de computer.

Het concours zou voor mij aan spanning winnen, wanneer er drie rondes waren en je tijdens de eerste twee rondes in een specifieke stijl, bijvoorbeeld barok en Fransromantisch zou moeten improviseren, terwijl finalisten de stijl mogen kiezen die hen het beste ligt.

Toch hoef ik me voor mijn gevoel in Haarlem niet een keurslijf te dwingen. Experimenteren en grenzen verkennen heeft ook z'n charme. Modern of niet, ik vind dat een improvisatie een duidelijke vorm, een kop en een staart, en een boeiend ritme moet hebben. Al zullen er ook collega's zijn die dit ouderwets vinden. Maar wat houd je over wanneer je aanneemt dat iedere samenklank geaccepteerd en elke registratie goed is?”

Er is in Haarlem veel ongewis. “Het ene jurylid kan het fantastisch vinden wanneer iemand het halve orgel van de muur aftrekt door voortdurend van klank te wisselen en gekke dingen te doen, terwijl een ander jurylid meer op de vorm let. Daarom begrijp je achteraf niet altijd waarom iemand wint."

Gert de Looze (RD), 29-6-2002

Improvisatieconcours Haarlem is de laatste orgelwedstrijd van Sietze de Vries

Comments are closed.